0

10 oktober 2016

OOGSTEN

Sinds 1994 schrijf ik over mijn eigen proces, eerst alleen in mijn dagboeken en bestemd voor mijn eigen ogen, en sinds begin 2007 in mijn boeken. Schrijven hielp en helpt me nog steeds om de wereld te doorgronden, om mijzelf beter te begrijpen. Als ik een woord zou moeten kiezen dat op dit moment van toepassing is, dan is dat EVENWICHT: de uitdaging om alles wat het studerende leven van een werkende moeder vraagt, de aandacht te geven die het verdient. Vroeg opstaan, met de overvolle trein waar ik dankzij een eerste klas kaartje nog net een zitplaats heb, naar Amsterdam, het maken van de broodtrommels voor de kids loslaten, het zijn pubers, ze kunnen het nu echt wel zelf en dan ook accepteren dat ze met lege maag en soms zelfs zonder lunch de deur uitgaan; vol opgaan in de lessen, tekenen, tekenen, tekenen, en in de pauze gauw dat telefoontje naar de drukker van de notitieboekjes; weer thuis achter de pannen, en dan moet de tuin nog gesproeid en er ligt een grote stapel strijkgoed. Ademhalen. Open haard aan, DWDD op de achtergrond omlijst door een kind dat piano speelt. Te moe om te mediteren, maar ik doe t toch. Nooit geweten dat je veld zo vol loopt als je reist met het OV. Schoonmaken verplicht, smudge, douchen met zout, floridawater of mijn kristallen. Terug naar mijn centrum. Adem in, adem uit. In, uit, in, uit.
     Wat een ander leven. Ik realiseer me nu pas hoe beschermd ik de afgelopen tien jaar heb geleefd. Na het opengaan van mijn jeugdherinneringen, heb ik overleefd door mijn wereld heel klein te maken. Eerst ging het over het genezen van acute posttraumatische stress en daarna over integratie, jarenlange integratie, het helen van de littekens, het ontwikkelen van een nieuw stuk in mij, dat de wereld leerde vertrouwen. De innerlijke glasplaten, die ik innerlijk altijd bij me had, een die mij weg hield bij de buitenwereld en een andere die me weg hield bij mijn binnenwereld, verdwenen. Ik leerde leven in contact met mezelf en die relatief kleine wereld om mij heen. Wel was er altijd nog een hunkering, alleen wist ik niet waarnaar. En nu vallen alle stukjes van de puzzel op hun plaats. Dit weekend zei ik tegen Wim: 'ik heb niet meer het gevoel dat ik ergens heen moet, ik ben waar ik wil zijn.' Dat gaat over bezig zijn met kunst, over expressie, mooie dingen maken; er is een leegte in mij gevuld waarvan ik wist dat ik m had, maar die ik nooit kon duiden. En het gaat over in de wereld zijn: over contact kunnen maken met mensen en voelen wat dat met me doet. En daarin veilig durven zijn. Aan de buitenkant stelt het misschien niet veel voor, dit nieuwe leven als studerende, werkende moeder/beginnend kunstenaar, maar voor mij is het een doorbraak die smaakt naar meer.