0

04 juli 2014

Weken van schrijven, schrijven, schrijven... Volkomen naar binnen gericht, in mijn eigen wereld, wikken en wegen, wat vertel ik wel, wat vertel ik niet. Diep ademhalen bij het schrijven over traumaverwerking dat mijn zenuwen op scherp zet, mijn lichaam herinnert zich de pijn alsof het gisteren was. Als het echt niet gaat, loslaten, even schilderen, bij Wim en de kinderen zijn. Soms vraag ik me af waar ik het voor doe. Van mijn eerste twee boeken zijn nu in totaal zo'n 3.000 stuks verkocht. Ik heb mijn kosten eruit, ja, dat wel, maar ik kan er nog geen boterham van eten. De bedrijfskundige in mij moppert daarop, de kunstenaar in mij kan er niet mee zitten. Gelukkig staat manlief vierkant achter me en zorgt voor brood op de plank. Soms belt er een boekhandel of deel 3 al te bestellen is. Of komt er een enthousiast bericht van een geraakte lezer, die deelt wat de boeken voor hem of haar betekenen. Die kleine momenten geven steeds weer moed. Niet zeuren Brink, zeg ik dan streng tegen mezelf. Je bent er bijna, je gaat nou toch niet de moed laten zakken, hè?

     Maar, ineens,  deze week voel ik: ja, ik heb de lijn van boek 3 te pakken. Ik zie het voor me, de opbouw in die laatste hoofdstukken. Ik snap waar het boek naartoe wil, hoe ik de trilogie ga eindigen:  laten zien hoe de traumaverwerking ruimte maakt voor het licht, hoe de ontmoeting met mijn tweelingziel mij in contact brengt met de heelheid, hoe Wims liefde mij de bedding geeft om ook die laatste stappen naar heling te zetten, waardoor uiteindelijk mijn passie geboren wordt. Waardoor ik eindelijk mijn ware kleuren durf te gaan leven, ga schrijven en schilderen. Ha, nu ik dit allemaal zo intyp zie ik dat het schrijfproces een grote parallel heeft vertoond met het verhaal zelf. Eindeloos volhouden, om dan ineens de doorbraak te voelen. Ohh kon ik maar achter elkaar doorschrijven, nu wil ik het af hebben ook. Maar zo werkt het niet. Geduld, iedere dag is er een. Op een goede dag schrijf ik 5 bladzijden, op een mindere dag soms maar 1. Ik heb nog maanden nodig om dat wat ik in mijn hoofd zie en in mijn lijf voel, op papier te zetten. Daarna moet het nog naar mijn redacteur, dan nog naar de eindredactie, dan nog opmaken en drukken. Kortom, voordat jullie het in je handen hebben, zijn we een dik jaar verder. Maar in mij is het er.