0

26 maart 2017

Eigenlijk zou ik vanavond naar yoga gaan, maar ik voel dat ik thuis moet blijven. Ik moet schrijven en onderzoeken wat er van binnen gebeurt. De Chinese kruiden die ik nu een maand gebruik, maken steeds meer emoties los, verdriet, woede, schaamte, wanhoop en angst, zo heftig dat het op momenten alles overheerst en me de adem beneemt. Vanachter mijn houten werktafel pak ik mijn pen en sla mijn dagboek open. Direct hoor ik mijn gidsen: 'er is iemand die met je wil praten.' Ik verstijf, als het maar niet mijn vader is (die al 45 jaar dood is), hem wil ik niet om me heen. Maar op mijn netvlies verschijnt een kind, een boos meisje in donkere kleding en met een groot keukenmes in haar hand. Vandaag had ik in de trein al flarden van beelden opgevangen van messen die in mijn huid sneden en ik begrijp nu waarom. Mijn gidsen trachten me gerust te stellen: 'het is onvermijdelijk dat je splitst wanneer je misbruikt wordt, zeker als dat regelmatig is gebeurd.' Ze doelen op het bestaan van dit meisje in mijn psyche. Maar ik wil niet erkennen dat het regelmatig is gebeurd, mijn volwassen zelf zwakt het misbruik nog steeds af, denkt in termen van 'af en toe' en 'zo erg kan het niet geweest zijn'. Dit kind laat van die defensie weinig heel. 'Het begon toen je een baby was en hield pas op toen hij stierf. Ik wilde hem doden, maar ik wist niet hoe. Ik wilde jou ook doden, maar hoe dat moest wist ik ook niet. Het ergste was de zwarte wolk met de gele ogen die hij bij zich had. Die wolk vrat hem op en hij vrat mij op. Een deel van ons is terug naar huis gegaan, anders zouden ze in dat zwarte gat zijn verdwenen. Je hebt al veel opgehaald, maar er is nog meer op te halen, niet uit de onderwereld maar uit de bovenwereld. Nu is het veilig, ze kunnen terugkomen. Mij heb je niet meer nodig, ik wil graag naar huis. Wil je me alsjeblieft naar huis brengen?' Ja natuurlijk wil ik dat doen. 'Het is tijd dat je ophoudt om jezelf voor de gek te houden en te doen alsof er weinig tot niets gebeurd is. Het doet ons pijn als je dat volhoudt, want het is niet waar. Hij heeft je een paar keer bijna vermoord, niet hij, maar de zwarte wolk die zijn handen bestuurde.' God, wat vind ik het moeilijk om dit te lezen. Ik weet van die keer in bad, toen hij me te lang onder water hield (boek 3). Maar vaker? Hoe dan? 'Met een kussen op je gezicht. Het misbruik was erg, maar dit was erger. Hij benam je letterlijk de adem, bij hem was je je leven niet zeker.' De wereld lijkt even stil te staan, de kamer vult zich met een doodse stilte. Ondertussen razen de gedachten door mijn hoofd: 'zeg me dat het niet waar is. Hoe geef ik dit een plek?' Maar de stem zwijgt verder, alsof dit de essentie van de boodschap was. Ik hoor alleen nog: 'nu kan ik naar huis.'

 

Twee dagen later tijdens mijn meditatie, wanneer ik me energetisch verbind met de windrichting van het Oosten, staat het kind met het mes daar. Ik wil dat je me naar huis brengt.' Goed. Ik pak mijn sjamanendrum en roep het paard met wiens vacht de drum is gemaakt, die mij altijd begeleidt bij mijn reizen. Samen met het kind klim ik op zijn rug en hij brengt ons naar via de takken van de sjamanenboom naar de bovenwereld, naar een lichtpoort. Ik hoor: 'jij mag niet voorbij de poort,' dus blijf ik naast mijn paard staan terwijl het kind door de poort verdwijnt. Zodra ik met mijn bewustzijn weer terug ben in deze realiteit, hoor ik: 'nu moet je iets ophalen.' Opnieuw pak ik mijn drum en dit keer brengt mijn paard me naar een weide in de bovenwereld. Dat zit een meisje met gekruiste benen in het gras te tekenen. Ik neem haar achterop en breng haar naar deze realiteit, denkende dat het nu klaar is. Maar mijn gidsen vragen me om nog een keer terug te gaan: 'je moet nog drie zielsdelen terughalen.' Terug op diezelfde weide zie ik een meisje dat harp speelt en een meisje dat danst, maar een derde meisje zie ik niet. Verbaasd speur ik de wei af, het uitgestrekte volle gras, omzoomd door haagjes met hier en daar een bloesemboom. Dan ineens zie ik een jonge, bloedmooie, sensuele vrouw met lange haren in een ragfijne jurk op me aflopen. Ik schiet in de lach, die had ik niet zien aankomen. Maar natuurlijk, als je heelt van misbruik, komt er ruimte voor zinnelijkheid, want dat is niet langer gevaarlijk. De vrouw klimt achterop, de twee meisjes voorop en mijn paard stapt ons rustig terug naar deze realiteit.

 

Daags hierna keer ik terug voor een tweede consult naar Yan Schroen (lees mijn vorige blog), die weer mijn pols voelt, mijn tong bekijkt en constateert: 'wat heb jij hard gewerkt, alles is verschoven, nu gaan we opbouwen'. Ik vertel hem van het intense verdriet en het gevoel dat mijn lichaam verbouwd wordt. 'Oude pijnplekken onder mijn schouderbladen, die daar al zo lang zitten dat ik er niet meer bij stilstond, beginnen los te komen.' Hij knik begrijpend. 'Dat zijn longpunten, daar zit onverwerkte pijn opgeslagen, ik verwacht dat die pijn uiteindelijk helemaal zal verdwijnen. Maar we moeten er wel voor zorgen dat het proces hanteerbaar blijft. Dit keer geef ik je de kinderdosering die ik normaal inzet voor kinderen tot vier jaar. Uiteindelijk behandelen we het kind in jou.' Dat is nu alweer twee weken geleden. Deze nieuwe kruiden zijn inderdaad zachter, de emoties zijn nu beter hanteerbaar, ze zijn er niet meer iedere dag. Mijn zenuwstelsel (de aanleiding om met de kruiden te beginnen) is aanzienlijk rustiger, ik schrik minder snel en heb meer balans. Tegelijkertijd kan ik beter bij mijn creativiteit, ik zet mijn potlood met meer  gemak op papier, durf te experimenteren en geniet intens van die nieuwe vrijheid. Maar het proces is nog niet klaar. Zonder het te beseffen ben ik met de kruiden begonnen aan een nieuwe ronde van traumaverwerking; het loskomen van bevroren bewustzijn brengt de opgeslagen ervaringen immers met alle onverwerkte emoties van toen in je systeem. Van de week realiseerde ik me bovendien dat de kruiden me precies op dat punt van traumaverwerking hebben gebracht waar ik tien jaar geleden ben gestopt: bij de pijn onder mijn schouderbladen, in mijn longen en mijn rug die herinnert aan ervaringen van geslagen worden en bijna stikken, herinneringen waar ik tien jaar geleden (boek 3) niet aan wilde en die ik waarschijnlijk ook niet aankon. Zit ik erop te wachten? Nee. Maar onderdrukken is niet langer een optie, ik wil helen.