0

Over de bodem van de put
en de ontmoeting met mijn tweelingziel,
die me eindelijk thuisbrengt

 

Aan het begin van dit derde boek vertoont Chantal van den Brink (1964) verschijnselen van posttraumatische stress; gevangen in traumatische jeugdherinneringen, is ze nauwelijks in staat om de dag doorkomen. Hoewel ze wordt achtervolgd door het altijd aanwezige ongeloof dat haar vader, die jong was gestorven en wiens herinnering immer door familieleden werd geprezen, in staat zou zijn geweest tot dergelijk destructief gedrag, volgen jaren van intensieve traumatherapie. Haar man, die plotseling alleen staat in de zorg voor drie jonge kinderen, het bedrijf en het landgoed, ondersteunt haar door dik en dun. Dan, net wanneer ze weer op de been begint te komen, ontmoet ze haar tweelingziel in een zes jaar jongere man; het is liefde op het eerste gezicht die gevoelens van sterke fysieke en emotionele gelukzaligheid oproept en een tijdlang voelt ze zich verscheurd tussen een diep verlangen naar haar tweelingziel en de liefde voor haar gezin. Haar spirituele gidsen hameren er echter op dat deze ontmoeting een ander doel dient dan een aardse relatie: de ontmoeting met de tweelingziel, zo stellen zij, is de genade van God die een mens in contact brengt met het eenheidsbewustzijn, de energie die wij allen nodig hebben om te helen. Uiteindelijk aanvaardt ze de uitdaging om dat eenheidsbewustzijn in haar lichaam te gronden, zich realiserend dat de reis van genezing naast het herstellen van pijn, het ophalen van vreugde inhoudt. Alleen wanneer ze erin slaagt om haar vrouwelijkheid, passie en creativiteit alsnog in zichzelf toe kan laten, zal ze bereiken waar ze al die jaren zo naar heeft verlangd: een leven van vitaliteit en vervulling

Download hier het eerste hoofdstuk (PDF)